Gerbrandytoren - Weet Je Dat Ook Weer
Foto: VolkerWessels

Waarom wordt de Gerbrandytoren ook wel ‘Zendmast Lopik’ genoemd?

Vraag willekeurig iemand op straat waar het hoogste bouwwerk van Nederland staat, en de kans is groot dat je te horen krijgt: “Dat ding in Lopik toch?” Daar zit alleen één probleem: dat klopt niet. De toren die iedereen kent als de Zendmast Lopik staat namelijk gewoon in IJsselstein, op Utrechts grondgebied, op ruime afstand van het dorp Lopik. Hoe kan het dat half Nederland een toren bij het verkeerde dorp indeelt? Het antwoord ligt meer dan tachtig jaar terug, bij de radio.

 

Het dorp Lopik

Om het misverstand te snappen, moeten we terug naar de jaren dertig. In die tijd ontdekte men dat het gebied ten zuiden van Utrecht, met zijn vlakke polderlandschap en de goede ‘geleidbaarheid’ van de kleiachtige bodem, uitstekend geschikt was voor het uitzenden van radiosignalen. Al rond 1937 werd bij Jaarsveld, vlak bij Lopikerkapel, een middengolfzender gebouwd om tests mee te doen. Even later, in 1938, begon de bouw van het grote zendstation Lopik, ten noorden van Lopikerkapel. Dat station nam in de jaren na de oorlog de uitzendingen van Hilversum 1 en Hilversum 2 over.

Middengolf was in die dagen hét medium van het land. Wie de radio aanzette, luisterde naar Lopik. Omroepers noemden de naam in hun uitzendingen, kranten schreven erover, en zo groeide ‘Lopik’ in het collectieve geheugen uit tot hét zendpunt van Nederland.

 

Toen kwam de televisie

Rond 1951 verscheen er in IJsselstein, een paar kilometer noordelijker, een stalen televisiemast van zo’n 220 meter hoog. Die moest het nieuwe medium televisie het land in helpen. Een paar jaar later, in 1958, begon men met de bouw van een veel ambitieuzere constructie op dezelfde plek: een betonnen toren met een grote zendmast erop, die in 1961 klaar was. Met een hoogte van ruim 366 meter werd het de hoogste constructie van Nederland. En dat is het tot op de dag van vandaag nog steeds. Op 17 januari 1961 werd de eerste televisiezender in gebruik genomen, en in mei van dat jaar opende koningin Juliana de toren feestelijk.

De betonnen kolos kreeg in 1965 officieel de naam Gerbrandytoren, naar de voormalige minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy. Maar de naam wilde niet echt landen. Hoe moet je het uitleggen? In de jaren zestig luisterde iedereen nog steeds vooral naar de radio, en Lopik was inmiddels een begrip geworden. De oude radiomast bij Lopik werd in uitzendingen vaker genoemd dan de nieuwe televisietoren in IJsselstein, en zo bleef de naam ‘Zendmast Lopik’ gewoon aan de toren plakken. De logica erachter: als het om zenders ging, hoorde het publiek al decennia dat dat soort dingen bij Lopik hoorden. Dat de nieuwe toren een paar kilometer verderop stond, en zelfs in een andere gemeente, was niet belangrijk.

 

Zendmast Lopik

Wat begon als een begripsverwarring, groeide dus uit tot een gevestigde naam. Nog steeds noemen mensen de toren ‘de mast van Lopik’, nog steeds staat hij in routebeschrijvingen en gesprekken verkeerd aangegeven, en bij het grote publiek is ‘Zendmast Lopik’ inmiddels net zo’n vast onderdeel van het Nederlandse taallandschap als ‘de Hollandse nieuwe’ (wat dus haring is). De gemeente IJsselstein heeft de toren inmiddels volledig geadopteerd. Terecht, want zonder IJsselstein zou Lopik zijn beroemde toren niet eens hebben.

Is dat erg? Eigenlijk niet. Een naam zegt vaak meer over hoe mensen ergens naar kijken dan over waar het precies staat. En de Gerbrandytoren (of dus Zendmast Lopik, de mast van IJsselstein, noem hem zoals je wilt) heeft inmiddels zoiets bereikt wat weinig gebouwen gegeven is: hij hoeft de race om herkenning allang niet meer te winnen. Zelfs vanaf tientallen kilometers afstand is hij onmiskenbaar, en iedereen weet meteen: dáár is hij. De vraag “waar staat hij nou eigenlijk precies?” is daarmee de enige prijs die hij voor zijn roem betaalt. Een toren die bij het verkeerde dorp hoort, maar die iedereen wél kent. Er zijn slechtere reputaties denkbaar.

Deel dit bericht: